Risicoprofiel

Océ

Belangrijke schattingen en veronderstellingen

Het opstellen van de jaarrekening vereist dat schattingen en veronderstellingen worden gemaakt door het management met betrekking tot de toekomst. Hierbij maakt het management gebruik van ervaringen uit het verleden om de toekomstige ontwikkelingen zo goed mogelijk in te schatten. De werkelijke uitkomsten zullen per definitie zelden overeenkomen met de door het management gemaakte schattingen en veronderstellingen. De schattingen en veronderstellingen die een aan merkelijk risico in zich dragen van een materiële aanpassing van de boekwaarde van activa en verplichtingen in het volgend boekjaar, worden onderstaand toegelicht.

Bijzondere waardeverminderingen van goodwill

Océ toetst minimaal één keer per jaar of goodwill bijzondere waardeverminderingen heeft ondergaan, waarbij de realiseerbare waarde per kasstroom genererende eenheid vergeleken wordt met de boekwaarde. De realiseerbare waarde is de hoogste van de directe opbrengstwaarde verminderd met de verkoopkosten en de bedrijfswaarde. De berekening van de realiseerbare waarde bevat schattingen en veronderstellingen met be trek king tot toekomstige opbrengsten, toekomstige kosten, toekomstig werkkapitaal, toekomstige investeringen, gewogen gemiddelde kosten van kapitaalgebruik en toekomstige inflatiepercentages.

Overige immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa met een beperkte gebruiksduur worden gewaardeerd tegen kostprijs/verkrijgingsprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen. Afschrijving vindt plaats op basis van de lineaire methode over de geschatte gebruiksduur rekening- houdend met eventuele restwaarden. Het manage- ment maakt schattingen met betrekking tot de gebruiksduur en de restwaarden en veronderstelt dat de waardevermindering lineair plaatsvindt. De geschatte gebruiksduur van de overige immateriële vaste activa wordt per balansdatum getoetst en waar nodig herzien. Océ toetst jaarlijks of overige immateriële vaste activa bijzondere waarde- verminderingen hebben ondergaan, waarbij de realiseerbare waarden van de overige immateriële vaste activa worden vergeleken met de boek- waarden. Bij het bepalen van de realiseerbare waarden van de overige immateriële vaste activa worden schattingen en veronderstellingen gemaakt over de netto contante waarde van toekomstige kasstromen uitgaande van de gebruikswaarde. Hierbij worden tevens schattingen en veronder- stellingen gemaakt over de gehanteerde disconteringsvoet voor de berekening van de netto contante waarde.

Duurzame bedrijfsmiddelen en verhuurde apparaten

Duurzame bedrijfsmiddelen en verhuurde apparaten worden gewaardeerd tegen kostprijs/ verkrijgingsprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en eventuele bijzondere waarde- verminderingen. Afschrijving vindt plaats op basis van de lineaire methode over de geschatte gebruiks- duur rekeninghoudend met eventuele restwaarden. Het management maakt schattingen met betrekking tot de gebruiksduur en de restwaarden en veronder- stelt dat de waardevermindering lineair plaatsvindt. De restwaarde en geschatte gebruiksduur van de duurzame bedrijfsmiddelen worden per balansdatum getoetst en waar nodig herzien.

Financiële instrumenten

De reële waarde van financiële instrumenten waarin gehandeld wordt op een actieve markt is gebaseerd op genoteerde markt prijzen per balansdatum. De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt worden bepaald met behulp van algemeen aanvaarde waarderings technieken. Deze waarderingstechnieken bevatten schattingen en veronderstellingen over termijn tarieven, disconteringspercentages gebaseerd op één rentepercentage of op rente-curves die verkregen zijn uit beschikbare marktinformatie per balansdatum. De reële waarde van interest rate swaps wordt berekend als de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen gebaseerd op de rente-curve. De reële waarde van valuta termijncontracten wordt berekend door gebruik te maken van genoteerde termijnkoersen per balansdatum. De nominale waarde verminderd met bijzondere waardeverminderingen van handels- vorderingen en -verplichtingen wordt verondersteld als benadering van hun reële waarde. De reële waarde van langlopende financiële verplichtingen is geschat door toekomstige gecontracteerde kasstromen te disconteren tegen de huidige marktrente die voor de Groep voor soortgelijke financiële instrumenten beschikbaar is.

Op aandelen gebaseerde beloningen

Bij op aandelen gebaseerde beloningen worden schat- tingen gemaakt van het uiteindelijk aantal uit te keren eigen vermogensinstrumenten of de waarde hiervan benodigd voor de afwikkeling. De reële waarde van aandelen-opties wordt bepaald door gebruik te maken van optie-waarderings- modellen. Hierbij gebruikt Océ marktprijzen en worden schattingen en veronderstellingen gemaakt over risicoloze rente, verwacht dividend en verwachte volatiliteit. De reële waarde van toegekende aandelen-opties wordt bepaald door referentie aan hun marktprijzen en eventuele marktgerelateerde prestatievoorwaarden.

Voorraden

Bij de bepaling van de opbrengstwaarde van voorraden worden schattingen en veronder- stellingen gemaakt rekening houdend met het verbruik in het verleden van de diverse product- categorieën ten opzichte van huidige voorraadhoogte en specifiek onderkende verouderingsrisico’s (bijv. einde levensduur van machines, de resterende service periode van deze machines en de invloed van milieuwetgeving).

Bijzondere waardeverminderingen van handelsvorderingen en finance leasevorderingen

Ter bepaling van de bijzondere waardeverminderingen van handelsvorderingen en finance leasevorderingen maakt Océ schattingen en veronderstellingen gebaseerd op ouderdomsanalyses en specifieke ontwikkelingen met betrekking tot de klanten (bijv. kredietwaardigheid en marktontwikkelingen). De voorziening voor bijzondere waardeverminderingen van handelsvorderingen en finance leasevorderingen wordt periodiek geëvalueerd om de adequaatheid van de voorziening te beoordelen.

Activeren van ontwikkelingskosten

Voor de bepaling van de te activeren ontwikkelingskosten worden schattingen en veronderstellingen gemaakt ten aanzien van de verwachte toekomstige economische voor delen van het actief waarvoor deze ontwikkelings kosten gemaakt zijn. Hierbij worden tevens schattingen en veronderstellingen gemaakt ten aanzien van de interne rentevoet, het onderscheid tussen onderzoek en ontwikkeling en de geschatte gebruiksduur.

Voorziening voor reorganisatieverplichtingen

Océ verantwoordt een voorziening voor reorganisatie- verplichtingen indien maatregelen genomen zijn voor kostenbesparingen en voor de integratie van een geacquireerde onderneming.

Reorganisatieverplichtingen omvatten onder andere schattingen en veronderstellingen met betrekking tot vertrek- en ontslagvergoedingen.

Belastingen

Océ opereert in vele landen met verschillende wetgevingen. Schattingen zijn noodzakelijk bij het bepalen van de totale latente belastingen. Voor sommige transacties en berekeningen is het tijdens de normale bedrijfs- uitoefening onzeker hoe de uiteindelijke belasting- uitkomsten zullen zijn. De Groep verantwoordt eventuele additionele belastingverplichtingen op basis van mogelijke belastingcorrecties. Wanneer het definitieve belastingbedrag afwijkt van het verantwoorde bedrag, zal dit verantwoord worden op het moment dat het verschil zich voordoet.

Latente belastingvorderingen worden verantwoord voor zover realisatie daarvan redelijkerwijs wordt verwacht. Hierbij worden schattingen van toekomstige winsten gemaakt per jurisdictie en wordt tevens de periode dat verliescompensatie mogelijk is in aanmerking genomen. In het geval dat de werkelijke resultaten afwijken van deze eerdere schattingen, en afhankelijk van eventuele mogelijk te implementeren belastingstrategieën, kan een aanpassing van de latente belastingvordering plaatsvinden waarbij de financiële positie en de nettowinst kunnen worden beïnvloed.

Toegezegde pensioenregelingen

Toegezegde pensioenregelingen hebben betrekking op verplichtingen die in de toekomst afgerekend worden. Daar deze verplichtingen over een lange periode ontstaan, is het noodzakelijk om veronderstellingen te maken over dit verloop. Pensioenverplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenregelingen dienen als kosten te worden verantwoord over het verwachte aantal te maken dienstjaren, waarbij tevens de voorwaarden van het plan en de gemaakte financieringsafspraken in aanmerking dienen te worden genomen. Toegezegde pensioenregelingen maken het noodzakelijk dat veronderstellingen over disconteringspercentage, salarisverhogingen, verwacht rendement op fondsbeleggingen en overlijdensstatistieken worden gemaakt. Externe actuarissen worden regelmatig geraadpleegd over deze veronderstellingen. Verandering van deze veronderstellingen kan grote invloed hebben op de toegezegde pensioenverplichtingen.